Starten met een lerend netwerk


Elke gemeente probeert op haar eigen manier mensen die aan de kant staan aan het werk te helpen en houden. Wat daarbij het best werkt, wist niemand. Dus startte adviseur Marcel van Druenen een Community of Practice – zonder enig idee te hebben wat dat eigenlijk was.

Hoe stimuleer je gemeenten om samen te leren over de vraag: ‘Hoe ondersteun je mensen die aan de zijlijn staan het beste bij het vinden en behouden van werk? En hoe zorg je voor een voortdurende verbetering van de kwaliteit van begeleiding? Voor dit vraagstuk startte Marcel van Druenen een lerend netwerk.

‘Het parmantige van gemeenten stoorde me: allemaal vonden ze dat ze het als gemeente fantastisch deden wat betreft arbeidsre-integratie en ze wilden het een ander graag uitleggen. Maar niemand kon zeggen waarom ze het zo goed deden of volgens welke maatstaf.

Toen ik vanuit Divosa met 7 gemeenten een evidence-based-practice onderzoek op kon zetten, dacht ik: dit is mijn kans. Deze gemeenten werkten al met het integratief gedragsmodel van Roland Blonk, genaamd Gewogen Maatwerk. Dat is een manier om vanuit een brede visie mensen aan het werk te helpen. Nu konden we vanuit een algemeen aanvaarde kennisbasis met elkaar gaan ontdekken hoe dit model het beste werkt in de praktijk en zo vakmanschap ontwikkelen.’

Gunfactor

‘Tijdens de eerste bijeenkomst zei ik: “We zijn een community die in de praktijk aan de slag gaat. Dus we zijn een Community of Practice (CoP).” Een spontane ingeving, want ik kende die term helemaal niet.
Met het zweet op mijn voorhoofd ben ik na de bijeenkomst gaan zoeken wat er bekend was over lerende gemeenschappen. ‘Wat voor proces vraagt dat eigenlijk?’ Zo belandde ik bij een boek en nodigde de auteurs uit om een reeks trainingssessies te geven. De oefeningen om elkaar, elkaars zienswijze en innerlijke drijfveren te leren kennen en de verkenning naar onze gemeenschappelijke visie hielp ons meteen bij de start op een lijn komen. Het zorgde er bovendien voor dat gemeenten bereid waren geld te investeren in het gezamenlijke leerproces.’

Referentiekader

Vooraf was mijn idee dat je ontdekt wat werkt en die praktische kennis vervolgens uitrolt over de rest van Nederland. Maar anders werken vereist een cultuurverandering. Daarnaast leer je niet van wat anderen je vertellen. Misschien begrijp je het, maar dat is niet hetzelfde als leren en de kennis implementeren. Het sorteert pas effect als mensen hun kennis en ervaring toepassen. En wanneer je een referentiekader hebt, krijgt de kennis pas plek in je beeldvorming.
Samen leren gebeurt niet (alleen) tijdens de bijeenkomsten. De ontwikkeling en innovatie vindt plaats tijdens het werk, waar nieuwe patronen stollen en andere intrinsieke waarden ontstaan. Daarop reflecteer je tijdens bijeenkomsten. Dat levert soms ongemak op, maar ook plezier en de wetenschap dat je met elkaar op de juiste weg bent.’


Marcel van Druenen is zelfstandig projectleider vakmanschap, adviseur Sociale Innovatie en directeur van SAM, de beroepsvereniging voor uitvoerend professionals in het sociaal domein. Hij startte het lerende netwerk Community of Practice (CoP) als programmanager Vakmanschap bij Divosa, de beroepsvereniging voor leidinggevenden in het sociaal domein, waar hij lang werkzaam was.