Werkvormen bij aanpak
Om effectief te werken in leernetwerken binnen het sociaal domein, is het belangrijk om de verschillende fasen van de aanpak te ondersteunen met passende werkvormen. Deze werkvormen zijn ontworpen om te helpen bij het begrijpen, doorgronden en vertalen van inzichten naar de praktijk. Op deze pagina vind je een overzicht van werkvormen die per fase ingezet kunnen worden, zodat je proces telkens verder verdiept en geoptimaliseerd wordt.
Fase 1: Samen begrijpen
Deelnemers werken aan een gedeeld begrip van het vraagstuk en taal om hierover in gesprek te gaan. Ook formuleren deelnemers persoonlijke leervragen.
Deze werkvorm helpt deelnemers om gezamenlijk een gedeeld begrip van veelgebruikte termen in relatie tot het vraagstuk te ontwikkelen.
Doel
Het creëren van een verklarende woordenlijst waarin veelgebruikte termen en begrippen worden verduidelijkt, zodat de communicatie binnen het netwerk en met externe partijen eenduidig wordt.
Aanpak
- Voorbereiding: Verzamel beleidsstukken, uitingen in (sociale) media en andere relevante bronnen die inzicht geven in hoe verschillende partijen communiceren over het vraagstuk.
- Analyse: Laat deelnemers onderzoeken hoe hun eigen organisatie en ervaringsdeskundigen communiceren. Welke termen worden gebruikt en wat betekenen deze binnen de context?
- Uitwisseling: Bespreek met elkaar de gevonden termen en hun mogelijke interpretaties.
- Woordenlijst maken: Werk samen aan een verklarende woordenlijst waarin veelgebruikte termen worden beschreven. Voeg korte, duidelijke definities toe, zodat de woordenlijst ook voor buitenstaanders begrijpelijk is.
- Reflectie: Bespreek hoe het gebruik van gedeelde terminologie kan bijdragen aan meer wederzijds begrip en betere samenwerking.
Resultaat
Een praktische woordenlijst die kan dienen als naslagwerk en hulpmiddel voor eenduidige communicatie binnen het netwerk en daarbuiten.
Doel
Deelnemers brengen elkaar snel op de hoogte van het ontstaan en mogelijke oplossingsrichtingen van specifieke deelvraagstukken, waardoor een gelijkwaardiger kennisniveau ontstaat binnen de groep.
Aanpak
- Voorbereiding: Vraag elke deelnemer om een korte pitch van ongeveer 5 minuten voor te bereiden over een specifiek deelvraagstuk. Dit kan zonder uitgebreid vooronderzoek; deelnemers hebben vaak al voldoende voorkennis om dit te doen.
- Uitvoering: Laat de deelnemers om de beurt hun pitch presenteren. Hierbij lichten ze toe:
- Het ontstaan van het deelvraagstuk (context en achtergrond).
- Mogelijke oplossingsrichtingen (ideeën of eerdere ervaringen).
- Reflectie: Bespreek na afloop van alle pitches de overeenkomsten en verschillen in aanpak en ideeën. Geef ruimte voor vragen en verduidelijking, zodat het kennisniveau binnen de groep wordt versterkt.
Voordelen
- Snel inzicht in deelvraagstukken vanuit verschillende perspectieven.
- Een meer gelijkwaardig kennisniveau binnen de groep, wat de samenwerking ten goede komt.
Resultaat
Een gedeeld begrip van de deelvraagstukken en een stevige basis voor verdere samenwerking.
Doel
Inzicht krijgen in de historische ontwikkeling van het vraagstuk en reflecteren op veranderingen, met als doel het beter begrijpen van de huidige situatie en toekomstige mogelijkheden.
Aanpak
- Uitnodiging van een expert: Nodig een externe expert uit die kennis heeft van de historische ontwikkeling van het vraagstuk. Vraag hen om de evolutie van het vraagstuk over de afgelopen 25 jaar te schetsen.
- Presentatie: Laat de expert een korte presentatie geven, waarin belangrijke mijlpalen, trends, veranderingen in perspectief en context worden besproken.
- Groepsgesprek: Bespreek in de groep wat er volgens de deelnemers is veranderd en welke ontwikkelingen zij opvallend of belangrijk vinden. Laat ruimte voor verschillende interpretaties en perspectieven.
- Reflectie: Bespreek samen welke lessen uit het verleden waardevol zijn voor het huidige werk en hoe deze inzichten kunnen bijdragen aan het vinden van oplossingen.
Voordelen
- Het biedt een bredere context en diepere achtergrondkennis over het vraagstuk.
- Het helpt deelnemers om het vraagstuk vanuit verschillende tijdsperiodes en perspectieven te bekijken.
- Het stimuleert discussie en kritische reflectie binnen de groep.
Resultaat
Een gedeeld begrip van de ontwikkeling van het vraagstuk, waardoor deelnemers beter in staat zijn om huidige uitdagingen in een breder perspectief te plaatsen en geïnformeerde beslissingen te nemen.
Fase 2: Samen doorgronden
Deelnemers onderzoeken en doorgronden de complexiteit van het vraagstuk en ontdekken hoe zij hier actief verandering in kunnen brengen. Dit doen ze door verschillende (kleine) experimenten uit te voeren. Door deze aanpak krijgen ze niet alleen inzicht in mogelijke oplossingen, maar beantwoorden ze ook hun eigen leervraag.
Doel
Deelnemers ontwikkelen een plan voor een experiment dat bijdraagt aan het begrijpen en oplossen van het vraagstuk. Ze werken samen in gemengde groepen om verschillende perspectieven te benutten en tot creatieve en haalbare oplossingen te komen.
Aanpak
- Groepsvorming: Stel groepen samen met een mix van deelnemers, waaronder ervaringsdeskundigen, praktijkprofessionals en deelnemers met wetenschappelijke kennis. Zorg voor diverse perspectieven in elke groep.
- Experimentontwerp: Laat de groepen een plan maken voor het experiment. Gebruik hierbij vragen als:
- Wat willen jullie anders aanpakken?
- Wat is nodig om dit experiment uit te voeren (middelen, tijd, kennis)?
- Hoe lang duurt het experiment?
- Hoe meten jullie het effect of de impact?
- Ondersteuning: Stimuleer samenwerking met de eigen organisatie, bijvoorbeeld door ondersteuning vanuit de afdeling innovatie en onderzoek. Dit kan helpen bij het concretiseren en uitvoeren van het experiment.
- Presentatie: Laat de groepen hun plannen kort presenteren aan elkaar voor feedback en inspiratie.
Voordelen
- Het experimenteren biedt deelnemers een concrete manier om actief bij te dragen aan het vraagstuk.
- Door samenwerking tussen verschillende achtergronden ontstaat meer creativiteit en draagvlak.
- Het plan fungeert als een eerste stap naar daadwerkelijke verandering en innovatie.
Resultaat
Uitgewerkte experimentplannen die deelnemers direct kunnen uitvoeren, met praktische stappen om het vraagstuk verder te verkennen en aan te pakken.
Doel
Samen een eenvoudige en effectieve manier ontwikkelen om de resultaten en effecten van het experiment te registreren, zodat deze inzichtelijk worden en kunnen bijdragen aan verdere verbetering.
Aanpak
- Inventariseren: Bespreek met de groep welke effecten belangrijk zijn om te monitoren. Denk hierbij aan meetbare resultaten (bijvoorbeeld tijdswinst of kostenreductie) en meer kwalitatieve effecten (zoals tevredenheid of ervaren impact).
- Methoden kiezen: Brainstorm over verschillende manieren om effecten te registreren, zoals:
- Een reflectieverslag van de uitvoerende deelnemers.
- Een korte tevredenheidscheck bij cliënten of betrokkenen.
- Kwantitatieve gegevens verzamelen, zoals cijfers of percentages.
- Observaties of interviews met deelnemers en betrokkenen.
- Praktisch plan: Ontwikkel samen een praktisch monitoringsplan. Denk hierbij aan:
- Wie registreert wat?
- Welke tools of formats worden gebruikt?
- Hoe vaak wordt er gemonitord (tussentijds of alleen achteraf)?
- Uitproberen: Test het monitoringsplan tijdens het experiment en stel het indien nodig bij om te zorgen dat het haalbaar blijft.
Voordelen
- Een gestructureerde aanpak voor monitoring maakt effecten tastbaar en bespreekbaar.
- Het biedt waardevolle inzichten voor verdere verbeteringen en opschaling.
- Het stimuleert deelnemers om bewust te reflecteren op de impact van hun experiment.
Resultaat
Een gezamenlijke methode voor het monitoren van effecten, die helder en uitvoerbaar is en bruikbare inzichten oplevert voor zowel de groep als de bredere organisatie.
Doel
Deelnemers inspireren en ondersteunen bij het opzetten en interpreteren van experimenten door kennis en ervaringen van een expert te delen.
Aanpak
- Expert uitnodigen: Zoek binnen of buiten het netwerk een persoon met ervaring in het opzetten en evalueren van experimenten. Dit kan bijvoorbeeld een innovatie-expert, onderzoeker of iemand uit de praktijk zijn die succesvolle experimenten heeft uitgevoerd.
- Voorbereiding presentatie: Vraag de expert om een presentatie te geven waarin de volgende aspecten aan bod komen:
- Een concreet voorbeeld van een uitgevoerd experiment.
- De aanpak: hoe het experiment is opgezet, uitgevoerd en gemonitord.
- De uitdagingen en lessen: wat werkte goed, wat kon beter?
- Tips voor deelnemers bij het starten van hun eigen experimenten.
- Interactieve sessie: Geef deelnemers na de presentatie de kans om vragen te stellen en ervaringen te delen. Dit helpt om de theorie te verbinden met hun eigen praktijk.
- Toepassen: Stimuleer deelnemers om de inzichten direct te gebruiken bij het ontwerpen van hun eigen experimenten.
Voordelen
- Deelnemers leren van concrete, praktijkgerichte voorbeelden.
- Het verlaagt de drempel om zelf een experiment te starten door praktische handvatten te bieden.
- Het creëert een gedeeld referentiekader binnen het netwerk.
Resultaat
Deelnemers beschikken over inspiratie, concrete tips en een beter begrip van hoe ze hun eigen experimenten effectief kunnen opzetten en interpreteren.
Fase 3: Samen veranderen
Deelnemers hebben nieuwe expertise verworven over (een aspect van) het maatschappelijke vraagstuk en deze kennis vertaald naar een praktisch kennisproduct dat actief wordt ingezet. Dit draagt bij aan het realiseren van de gewenste maatschappelijke veranderingen.
Doel
Deelnemers laten reflecteren op verschillende niveaus van leren en de impact hiervan op henzelf, het leernetwerk en het bredere sociale domein.
Aanpak
- Introductie: Leg uit dat leren op meerdere niveaus plaatsvindt en dat reflectie helpt om inzicht te krijgen in persoonlijke en gezamenlijke groei. Introduceer het concept van de spiraal als visuele metafoor voor deze gelaagdheid.
- Spiraal tekenen
- Vraag deelnemers om een spiraal te tekenen op papier, met zichzelf aan het beginpunt.
- Geef aan dat de spiraal naar buiten toe steeds bredere perspectieven weergeeft:
- Binnenste laag: Wat heb ik zelf geleerd?
- Middelste laag: Wat heeft het leernetwerk geleerd?
- Buitenste laag: Wat betekent dit voor hoe ik mijn werk doe of voor het sociale domein?
- Reflectievragen: Laat deelnemers bij elke laag stilstaan en hun gedachten opschrijven of tekenen binnen de spiraal:
- Individueel niveau: Wat heb jij geleerd over het vraagstuk of je eigen aanpak?
- Leernetwerk niveau: Welke inzichten of kennis zijn gezamenlijk opgedaan?
- Systeemperspectief: Hoe beïnvloeden deze inzichten de organisatie van het sociale domein of de manier van werken?
- Delen en bespreken
- Laat deelnemers in kleine groepen hun spiralen bespreken en vergelijken.
- Moedig hen aan om patronen of verrassingen te delen met de groep.
- Toepassen
- Bespreek hoe deze reflecties kunnen worden gebruikt om vervolgstappen te bepalen binnen het leernetwerk of om invloed uit te oefenen op het sociale domein.
Voordelen
- De spiraal maakt complexe reflecties visueel en overzichtelijk.
- Deelnemers krijgen inzicht in persoonlijke én gezamenlijke leerprocessen.
- Het stimuleert een bredere kijk op de impact van het geleerde.
Resultaat
Deelnemers reflecteren op meerdere niveaus, herkennen de gelaagdheid van leren en kunnen deze inzichten toepassen in hun werk of in het sociale domein.
Doel
Deelnemers helpen bij het toepassen van hun opgedane inzichten in hun werk en het aanjagen van verandering binnen hun organisatie of netwerk.
Aanpak
- Introductie: Leg uit dat het doel van deze werkvorm is om deelnemers te ondersteunen in het verder brengen van hun inzichten en het creëren van een blijvende impact binnen hun werk of achterban. Bespreek het belang van het vasthouden van verander-energie en het overbrengen van deze energie naar collega’s of anderen binnen de organisatie.
- Reflectie op inzichten: Vraag de deelnemers eerst om individueel na te denken over de belangrijkste inzichten die ze uit het leernetwerk hebben gehaald. Welke inzichten willen zij verder brengen in hun werk of organisatie? Welke veranderingen willen ze realiseren?
- Bespreking in kleine groepen: Laat de deelnemers in kleine groepen bespreken hoe ze de opgedane kennis en verander-energie kunnen vasthouden of overbrengen op hun collega’s of achterban. Vraag hen om na te denken over:
- Welke veranderingen binnen hun invloedssfeer liggen?
- Hoe kunnen ze collega’s of andere belanghebbenden betrekken bij de verandering?
- Welke acties of stappen zijn nodig om deze verandering in gang te zetten?
- Collectieve brainstorm: Organiseer een gezamenlijke brainstorm om te ontdekken hoe de inzichten vanuit het leernetwerk breder gedeeld kunnen worden. Focus hierbij op concrete acties, zoals:
- Het organiseren van kennisdelingssessies.
- Het opzetten van kleine experimenten binnen de organisatie.
- Het betrekken van sleutelfiguren of besluitvormers om de verandering te ondersteunen.
- Actieplan opstellen: Vraag de deelnemers om een kort actieplan op te stellen waarin ze concrete stappen formuleren om de verandering aan te jagen. Dit kan per deelnemer of per groep. Zorg ervoor dat het actieplan helder en haalbaar is.
- Commitment en follow-up: Laat de deelnemers hun plannen delen met de grotere groep en geef ruimte voor feedback. Maak afspraken over de vervolgstappen en een mogelijke follow-up om te zien hoe de verandering vordert.
Voordelen
- De werkvorm helpt deelnemers de stap te maken van inzicht naar actie.
- Het stimuleert samenwerking en kennisdeling om de verander-energie te versterken.
- Door concrete actieplannen te maken, vergroot je de kans op succes in het implementeren van veranderingen.
Resultaat
Deelnemers hebben een duidelijk plan om hun inzichten in hun werk of netwerk te implementeren, en ze weten hoe ze verandering kunnen aanjagen en vasthouden.